<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779</id><updated>2012-01-19T20:18:42.258+01:00</updated><title type='text'>Ezelsoor</title><subtitle type='html'>Literaire doorsnede van boeken, soms in hardleerse ruggen</subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>18</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-6250023868474716675</id><published>2012-01-14T00:19:00.004+01:00</published><updated>2012-01-15T23:49:34.712+01:00</updated><title type='text'>gedichtendag, 26 januari 2012</title><content type='html'>Zopas gestemd via boek.be&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een haat-liefdeverhouding met spelletjes, lijstjes, best offs.  Als kind deed ik atletiek en schreef ik al mijn beste tijden op de verschillende loopafstanden op.   Het nummeren van casettes (waarvan dan ook weer een lijst moest gemaakt worden) werd de puberale variant en ook nu kan ik uren zoet zijn met het chronologisch ordenen van mijn boeken, bv. op debuut van de schrijver.  Een vrijblijvend, ongecontesteerd genot, dat rangschikken : heerlijk !&lt;br /&gt;
Als het dan plots niet meer vrijblijvend is, kan ik er nijdig van worden.  De top10-lijsten van De Standaard Boekhandel bijvoorbeeld, verschrikkelijk.  Dat werkt bij mij contrair : het is de zwarte lijst voor mij. Nog erger : de sterren die de recensenten moeten uitdelen in DSL.  Vreselijk toch ?  Een boek reduceren tot een ster of vijf.  Bij mijn dochter, die leert tellen, vind ik dat ontwapenend ("Vake, welk vind jij de mooiste tekening ?"), maar langer dan tot een jaar of zes moet die comparatieve fixatie niet duren.  Hopelijk hebben ze tegen dan het 19e-eeuwse puntenmodel in het onderwijs eindelijk afgeschaft.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;gesteld op de pointe&lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
Daarom deed ik vorig jaar al niet meer mee aan het gedoe rond de gedichtendag.  Een koen besluit, dat me dan uiteindelijk toch te zwaar valt, zodat ik het nors mompelend en van op de zijlijn volg.  Zij die zich gelukkig toonden met Tritsmans en zijn gedicht (alle vrouwen om me heen, om te beginnen), hebben het geweten.  Hertmans' "Klooster van San Jeronimo, Belém" was véél beter.  En alle argumenten er achteraan, de hoogdravendste het eerst, zodat ik de poëzie als gespreksonderwerp, nochtans een nobel effect van die Gedichtendag (meer moet dat niet zijn ?), vakkundig in de hoek had gezet.  Daar moet je dan een blog met de naam 'ezelsoor' voor hebben, waarschijnlijk.   "Jaloezie", dat is steevast haar oordeel als ik me weer opwind over de onterechte bekendwording van een of andere mindere god in het Land van Kunst.  Terwijl ik mijn argumentatie opdrijf en vergeet de ademen tussen al mijn hoofdletters, lachen haar ogen nog even terwijl ze al weer de kamer uitloopt. "Niet erg hoor, dat houdt je scherp".  &lt;br /&gt;
En toch : hoe kan ik enerzijds de gedichten, het proza en de brieven van De Coninck drinken als nectar en anderzijds zonder morren toekijken hoe zijn erfenis wordt gebruikt om een flauwe, halfwassen variant van hem te prijzen ?  De grootsheid van De Coninck was net zijn niet-flauwheid, zijn subtiele fijnzinnigheid.  Daarzonder zou zijn eenvoud misschien makkelijk, zijn humor en diepzinnigheid wat te lauw en zijn taalspel gratuit genoemd kunnen worden.  De Coninck is zoals de clown, die de beste, maar minst opvallende acrobaat is.  Ik begrijp nog altijd niet waarom Ducal (in een interview ?) zegt dat hij 'van dat soort poëzie' niet zo houdt.  Er zijn weinig dichters die zo trefzeker mijn hart zijn binnengestapt als Ducal met zijn duister snarenspel, maar als ik een van de twee móet verbranden hou ik zonder verpinken De Coninck over. (Nog maar eens een bewijs dat je beter niets leest of bekijkt over wat er te 'vinden' valt in de literatuur.  Behalve het proza van De Coninck dan.).  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;Mans&lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
Tritsmans mist de lichtvoetigheid, de verrassing, sentimentaliseert in plaats van relativeert: ik heb een déjà-vu-gevoel en de laatste zin van "uitgesproken" maakt van het gedicht plots een boodschap.  Het krijgt dan een te hoog Bond-zonder-naam-gehalte, een waarheid als een koe, waartegen je niet mag protesteren.  Wijze aforismen, dat wel, maar dat is niet het criterium van de poëzie.  Te rond, te afgerond, te open, te eenvoudig en warm tegelijk.  Hertmans' gedicht is hoogdravender, ernstiger dan de poëzie van De Coninck, maar minder barok, minimalistischer dan veel van Hertmans' poëzie en daarom een goede vaandeldrager voor de De Coninck-prijs.  Het is verstillend en filosofisch en daarom eenvoudig (en niet andersom), het is verfijnd.  Te weinig mensen kunnen blijkbaar 'stil worden als oud gesteente'.  Jammer.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;gezegde&lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
Daarom had hij vorig jaar moeten winnen (al kan ik me voorstellen dat Hertmans daar minder van wakker gelegen heeft dan ik), daarom was ik toen zo slecht gezind, die dag eind januari 2011.  Daarom heb ik nu meegestemd.  Daarom zou ik dit jaar slechtgezind zijn op 26 januari indien Sylvie Marie zou winnen (een ideetje, maar met te weinig worteling.  Lees dan liever nog eens de bomen-poëzie in de laatste bundel van Kopland).  Daarom zou ik ontevreden zijn indien Lauwereyns zou winnen (te veel bij elkaar, te weinig geschrapt dus, strofe-opbouw nogal flauw, thema voor de hand liggend, daarom gecamoufleerd door dat teveel ?) en zou ik raar opkijken mocht Demets winnen (nogal moeilijk, gedrongen intellectueel, te vergezocht, maar prikkelend. In 2012 eens wat van Demets lezen, dus.).  Bij Nolens zou ik waarschijnlijk denken : "tja, typisch" (hoe kan het ook anders na het vergoddelijkte interview door Ruth Joos vorig jaar).   Waarom nog Nolens kiezen ?, maar een goed gedicht, dat wel, niet zijn beste, maar typisch Nolens.  Geef ons dan maar Ghyssaert.  Die laatste twee zinnen, (nochtans de minste van het gedicht), die maken hem mijns inziens ook echt kanshebber.  Het enige gedicht dat door zijn auteur de wereld wordt ingestuurd, dat niet alleen betrekking heeft op de schrijver zelf.  Er gaat - jawel - licht vanuit.  Misschien net iets te betekenisvol, die laatste twee lijnen, maar hij ontsnapt voor mij aan nog net aan de dreigende boodschapperigheid van alleen maar warm en hoopvol.  Te vernuftig daarvoor.  Misschien kunnen we gewoon de sterkste zin nemen uit het gedicht en een gezegde van Ghyssaert op affiche drukken : "Licht zou de plaats kunnen zijn waar een gedachte zich baadt".  Prachtig.  Ik hang het zo in de keuken, zo groot als kan.&lt;br /&gt;
Gezegdedag, dat is nog eens een idee.  En laagdrempelig ! &lt;br /&gt;
Toch maar Bond zonder Naam inschakelen.  Ik stel alvast mijn lijstjes samen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht zou de plaats kunnen zijn &lt;br /&gt;
waar een gedachte zich baadt, zacht&lt;br /&gt;
wentelend, zich niet bekommerend&lt;br /&gt;
om haar verblijf; licht zou de &lt;br /&gt;
uitgedroogde bodem kunnen zijn &lt;br /&gt;
van de rivier, na een lange, schrale zomer;&lt;br /&gt;
of de diepste kamer van het hart, nadat&lt;br /&gt;
het bonzen als een dienaar weggelopen is.&lt;br /&gt;
En licht zou jou en mij kunnen vervangen.  Kijk !&lt;br /&gt;
De wereld van hieruit is donker violet.&lt;br /&gt;
Beschijn het landschap maar&lt;br /&gt;
met licht dat je geworden bent. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit "Ezelskaakbeen" - Peter Ghyssaert&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
San Jeronimo, Belém&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Je kunt je leven elk ogenblik &lt;br /&gt;
opnieuw beginnen door niets&lt;br /&gt;
meer te willen dan dit nu:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
blauw en geel, luchtsteen en zand,&lt;br /&gt;
de schaduw van een zuil en&lt;br /&gt;
stemmen op de gang.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk naar het vluchtige:&lt;br /&gt;
het lui zoemende vliegtuig in&lt;br /&gt;
de smetteloze dag glijdt met&lt;br /&gt;
zwaluwen en meeuwen&lt;br /&gt;
over het dak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een kind roept je naar deze uren,&lt;br /&gt;
denk aan druppelend water,&lt;br /&gt;
aan eeuwen zonder mens.&lt;br /&gt;
Word stil als oud gesteente.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is nu.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit "De val van vrije dagen" - Stefan Hertmans&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-6250023868474716675?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/6250023868474716675/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=6250023868474716675' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/6250023868474716675'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/6250023868474716675'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2012/01/gedichtendag-2012.html' title='gedichtendag, 26 januari 2012'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-3975873004002010609</id><published>2012-01-13T12:46:00.002+01:00</published><updated>2012-01-13T13:47:53.917+01:00</updated><title type='text'>Oedipus/Bêt Noir - Vandekeybus 12/1 - Warande</title><content type='html'>Als er één voorstelling is, die we geen enkel jaar missen, dan is het wel die van Vandekeybus.  "Poëzie en dans; er kan me weinig meer ontroeren", zei ze me, toen ik ze net leerde kennen.  En zo blaas ik een glazen kast voor de verzamelde van - en is het Cada Vez warandewaarts als Wim zijn geboortestreek eer aandoet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;een generatie vormen  &lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
Het moet diep snijden, een danser die de teller van zijn lijf op de noemer van de tijd zet.  Niet dat er niet gezucht werd in de zaal toen Koning Wimdiepus zijn Grieks glimmende rug ontblootte.  Mij viel vooral zijn speelsheid op.  De hoogstandjes van de vorm, de echte esthetiek, was voor de generatie van "Radical Wrong".  De gebalde kracht en de souplesse van de jonge lijven zorgden voor de ingewanden, waar de kleur van het stuk zich bevond.  De dansers vormden de stuiptrekkende, wervelende vlezige massa, een kronkelend koor waartegen de acteurs het koningsdrama met enkele woorden van Jan De Corte mochten afzetten.   Zoals de traditie van de tragedie het voorschrijft, was het het koor dat het stuk droeg.  De taal van Radical Wrong werd geïncorporeerd (veel rauwe seks en onverschilligheid, veel spiegeling van de maatschappij, veel stil-werkzame kracht, veel samen aanwezig ondanks alles en in dat alles een eerlijk-daar-zijn)   De muziek, waar zij geen melodie werd, en de donkere scène met het gapende, veelkleurige oog als decor, voerden hen de hoogte in.  De solo's van het androgyne orakel met de ogen in de wangen en het onheilspellende wierookoffer, waren de spreekwoordelijke kersen op de taart.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;op gezwollen voet&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het contrast tussen het theater en de dans, werkte niet. Het scheermes van Ockham werd te weinig gebruikt voor deze voorstelling.  De choreografie zou aan zeggingskracht gewonnen hebben, indien de coryfeeën (De Corte, Vandekeybus en eigenlijk ook Van Campenhout) meer op de achtergrond waren gebleven.  De tekst beklijfde niet en werd een uitleggerig lesje mythologie naar het einde toe.  De scènes te gefragmenteerd en daardoor krachteloos, de registers waarbinnen gespeeld werd vormden een kakafonie (enkel Tiresias kon me bij momenten in het theater houden).  Een beginnersadvies : "kill your darlings" en hou over : de stem van Vandekeybus en enkele zinnen, het handengewring van Tireisias en eventueel de foute feestjesdanspassen van de wacht.  &lt;br /&gt;
Behoud ook de scènes van Oidipus met de armen wijd en omringd door zijn geliefde kinderen.  Het beeld verscherpt het autobiografische element in de voorstelling van de choreograaf.  De nieuwe generatie, het volk, eert en verheft de koning in hun midden, maar zal de tiran zonder veel aarzeling versmachten, verhangen, verteren, wassen en balsemen.  Antigone zal hem niet onbegraven laten.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naar het einde toe verviel het stuk te veel in een reeks van opeenvolgende scènes en een keuze uit de op zich erg beklijvende eindbeelden (de slingerende lamp van 'Blush', de neervallende schoenen, de baby) had gemogen.  Het echte einde liet op zich wachten.  Ik verlangde steeds vaker naar meer dans en hoopte op minder theater. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;mijn voeten zijn mijn ogen&lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
De slotscène die ik zag, was die van de ziener-danser. Ogen uitgestoken, blinde zien, pin in de voeten,...  Ik weet weer waarom wij jaarlijks gaan kijken.  Dans dynamiseert ons schouwen, onze lectuur. Onze ogen zijn onze voeten.  Zonder hen geraken wij niet ver.  Vandekeybus laat ons de andere kant zien.  Nu hij misschien op kousevoeten wil aankondigen dat hij de dansschoenen dra uittrapt, lijkt hij met Oidipus nog een keer te willen zeggen wie hij is :"Dans mensen, dans !  Uw voeten zijn als ogen".&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-3975873004002010609?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/3975873004002010609/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=3975873004002010609' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/3975873004002010609'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/3975873004002010609'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2012/01/mijn-voeten-zijn-mijn-ogen-oidipusbet.html' title='Oedipus/Bêt Noir - Vandekeybus 12/1 - Warande'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-244209258748926883</id><published>2012-01-11T14:42:00.006+01:00</published><updated>2012-01-11T19:33:51.045+01:00</updated><title type='text'>Polemiek uit de losse pols</title><content type='html'>Wist u dat pols mogelijk verwant is met polemiek ?   De oorlog (polemos) wordt in het ethymologisch woordenboek van Van Dale in verband gebracht met het slingeren, schudden of passieve bonzen (pallein).   Heerlijke wetenschap, die ethymologie.  
Ze tast uiteraard vaak in het duister, maar voor mij is het ethymologisch woordenboek één van de handvol boeken die ik zou redden uit de spreekwoordelijke (wereld)brand. 
Het boek verklaart voor mij bijvoorbeeld waarom zo veel intellectuelen met zoveel geestdrift de strijd kunnen aanbinden tegen elkaar.  Ze geeft me de vrijgeleide om hier uit de losse pols mijn eigen strijdkreet (polemikòn) te laten schallen en de degens te kruisen met De Ceulaer en Blondeau. 
Waarom ?  Om dezelfde reden als zij dat doen natuurlijk.  Om de waarheid ! 
Oorlog is de vader van alle dingen, is de beruchte vertaling van één van Heracleitos' bewaarde fragmenten.  Ik deel zijn dialectische neiging, ik hoop De Ceulaer en Blondeau ook.  Na de zelf toegegeven, maar evenzeer ziekelijk sciëntistische these van De Ceulaer en de antithese van Blondeau die voor mij enkel kan hopen op het placebo-effect van de lezer, wil ik hier de antithese vormen.  "En ik, de superarrogante, .."

De waarheid dus. 

Nee, mijnheer de boekendokter, bij u kom ik niet als ik me ziek voel.  Ik lees Nabokov niet omdat ik mij wil verplaatsen in de mijmeringen van (bijvoorbeeld) een pedofiel , niet omdat ik mijn ideeën wil toetsen of in vervoering wil geraken (al kan dat wel eens het gevolg zijn van Nabokov; bij Verbeke val ik al wat vlugger in Slaap!).  U doet de literatuur tekort in uw verdediging tegen De Ceulaer.  Joël heeft gelijk als hij zegt dat aan schrijvers soms te veel wordt toegeschreven, dat er soms salonfähig stoer wordt gedaan tegen het kapitalisme, terwijl gesubsidieerde kunstenaars er wel bij varen en dat schrijvers op maatschappelijke barricaden al vlug vrijblijvend of hypocriet overkomen.   
Dat neemt niet weg dat literatuur iets is om voor op de barricaden te klimmen.   Bij de wetenschap weet ik dat zo nog niet.  Dient die eigenlijk nog de algemene waarheid ?   Van de tweede wet van de thermodynamica kan ik nog lyrisch worden op een nieuwjaarsreceptie (al lijkt me de stilte die valt na die De Ceulaeriaanse tussenkomst boeiender voer, tenminste als je iets van Shakespeare en theater begrepen hebt, wat moeilijk kan als je louter bij de inhoud zweert).  Van wetenschappelijke artikels dat beweert dat er 780 000 jaar geleden een evenbeeld-jaar bestond van dit jaar (op het CO2-gehalte na), weet ik dat nog zo niet.   Heft de wetenschap zichzelf soms niet op door zich zo vast te bijten in het ultrapartiële ? Merkwaardig hoe sciëntistisch, vooruitgangsgelovig en vormafvallig  het pleidooi van De Ceulaer is, nochtans de man die jaren geleden al onze salons opvrolijkte met zijn bundeling “Grote Vragen”, die per definitie bijna enkel voor de vorm kunnen gesteld worden, maar net daar hun kracht halen, hun bestaansreden vinden.    Ik had toen het boek uitkwam mijn wetenschappelijke achtergrond al aan de kapstok gehangen, net omdat ze te veel pretendeert antwoorden te geven en die Grote Vragen naast zich neerlegt.   Misschien de volgende keer toch beter een fenomenoloog raadplegen in plaats van Etienne Vermeersch.   Dé waarheid bestaat inderdaad niet en dat is geen platitude, maar een paradox.   Het subject kan namelijk zijn subjectieve toegang tot die waarheid nooit wegcijferen (er staat geen equivalent aan de andere kant van de vergelijking, het is de noemer zelf), of, indien u het wetenschapsfilosofisch wil : die laatste waarheid, nl. hetgeen het paradigma, de logica, de wiskunde, het bewijs schraagt, kan niet bewezen worden.    De wetenschap is misschien doorgrondend, maar het fundament is steevast een ?  Dat u dat niet begrepen heeft, verbaast me.
Ik zou u dus (als boekendokter in spe) niet Kehlmans’ doorbraak aanraden, maar misschien wel “Tegen de methode” van Feyerabend (de vierde editie) of indien u uw hang naar logica en inhoud even kan laten varen enkele lijnen “Finnegan’s wake” of het bewijs hoe prachtig inhoudsloze (literaire) vorm  kan zijn.   Indien u liever nog wat verwijlt in het era van Darwin, veilig in uw modernisme,  leest u dan de alomgeprezen Lewis Carroll. En u misschien ook, mijnheer Blondeau.    In deze lijkt het mij gewoon het ideale boek voor u beiden om een brug te slaan tussen wetenschap en literatuur, of beter nog : tussen inhoud en vorm.   En daarmee hopelijk volgt ook de 4 3/4e verzoeningskus. 
"Alles van waarde is weerloos".   De(ze) waarheid is een cliché als men ze niet deelt.  Waar de wetenschap onze kortzichtigheid, ons algemeen aanvaard geloof en systematische domheid kan doorbreken, dat zij het doet !   Waar zij mijn inhoud en waarheid wil bepalen, mijn volk wil verheffen en vooruit wil doen kijken, dat ze zwijge !   Laat me dan maar met rust, temidden van mijn boeken, waarbij ik stil kan blijven staan.  Niet om er empathischer van te worden, daarvoor zal ik me wel temidden van de mensen bewegen (en nee, die hoeven niet per se te lezen, maar het mag wel.  Mijn schoonmoeder, die door haar vooroorlogse geboorte tot dat volk behoort, gaf me onlangs het kortverhaal “De Cenci’s” van Stendhal door, zij zal naar het nieuwe boekenprogramma op Canvas kijken) .  Ik hoor ‘temidden het volk’ naast flauwe grappen, klagen over het weer en steeds dezelfde waarden en (collectieve) herinneringen de meest pure verhalen waar ik koud en warm van word.   De beste boeken doen hetzelfde, maar dan in mijn idioom.  Verhevener, maar onderhevig aan mijn zelfde gevoel sspectrum van warm tot koud.   Daar hoef ik geenszins de werking van het metabolisme voor te begrijpen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-244209258748926883?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/244209258748926883'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/244209258748926883'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2012/01/losse-pols.html' title='Polemiek uit de losse pols'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-6996265043330415320</id><published>2012-01-10T13:43:00.005+01:00</published><updated>2012-01-16T00:11:57.674+01:00</updated><title type='text'>Hip hip</title><content type='html'>Het oude jaar is literair gewogen, de grote verwachtingen voor het nieuwe jaar zijn onthuld, de literaire lente kondigt zich al bijna aan.  De nieuwe agenda's openen zich zacht en dun voor hun eerste ontmoetingen en hoogtepunten.    Ik geef de literaire jubileumdagen een gouden randje en laat me in mijn goede voornemens leiden door dit arbitrair numeriek criterium.  Geen betere methode om mijn verwachtingen t.a.v. een boek te counteren.  Die worden al te vlug gevoed door voorkennis en blijken zich steevast krachtig te presenteren als ik kies dit of dat boek te lezen. Maar nummertjes trekken, dat moet werken.  Een beetje kalendergekte mag wel.  Het is tenslotte 2012.   &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;Winter nog..&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De 'big shots' zijn genoegzaam bekend.  Het is niet de eerste keer dit jaar dat u verwijzingen ziet en hoort naar Louis Paul Boon en Charles Dickens.  Zij zijn - toevallig - ook de eerste literaire gefêteerden.  Op 7 februari 1812 werd Dickens geboren, op 15 maart 1912 Boon.  Ik neem me voor eender welke roman van hen te lezen die me in handen valt.  Het zijn bij uitstek auteurs waar je geen echte uitschieters op eenzame hoogten hebt en beide hebben zo veel geschreven dat je eender waar kan beginnen. Als ik Dickens in januari en Boon in februari lees, kan ik daarna de salonfähige gesprekken, essays, vergeten citaten en filmpjes met een gerust hart volgen en met een gerust geweten smaken.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;Lente&lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
De tweede helft van maart ga ik op de zolder en in de vintage-vitrines wat kijken naar oude omslagen van Carl May. De Duitse geestelijke vader van Winnetou stierf op 30 maart honderd jaar geleden.   Het verhaal zonder literaire pretentie blijft ook mijn gezelschap in april, want op 20 april volgt Bram Stoker May op, de man achter Dracula.  Indianen en vampieren:  daartussen gaapt de hedendaagse generatiekloof van de populaire fictie.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
14 mei wordt voor mij literaire hoogdag van 2012 en sluit het rijtje af van schrijvers die honderd jaar geleden gestorven zijn.  "Mijn nummer twee" op het literatuurschattenontdekkingslijstje van 2011 (net onder de hemelhoge Sandor Marai) is immers de bij het breder publiek weinig bekende August Strindberg. Zijn "Tijd van gisting" (privé-domein) is een autobiografische roman over zijn jaren als jong-volwassene, van zijn studietijd tot vlak voor zijn doorbraak als (theater)schrijver.  Ik lees het als een dagboek.  Onwaarschijnlijk hoe herkenbaar sommige meanderende gedachtengangen over maatschappij en levenskeuzes na honderdvijftig jaar voor mij nog zijn.  Zoveel geluk heb je niet elke maand; in mei laat ik elke dag een stukje Strindberg op mijn tong smelten.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;Zomer&lt;/b&gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De zomer belooft wat filosofischer te worden.   Ik probeer zo weinig mogelijk non-fictie te lezen ("In der beshränkung zeigt sich der meister"), maar in de filosofie vind ik de natuurlijke evenknie van de literatuur.  Zeker in de Franse.  Op 28 juni 1712 werd J.J. Rousseau geboren.  Deze merkwaardige figuur die zowel tot de Verlichting als tot de Romantiek kan gerekend worden en die met zijn theorieën over de 'communio' Marx beïnvloed zou hebben, is naar het schijnt boeiender om te lezen dan om te ontmoeten.  Die jubileumstrategie heeft zo zijn voordelen.  We duiken nog wat dieper het verleden in.  Honderd jaar voordat Rousseau op vijftigjarige leeftijd zijn boek "Emile, ou de l'éducation" tot de brandstapel veroordeeld wist, stierf Blaise Pascal.  Zijn citaat "Alle ellende van de mens komt hieruit voort, dat hij niet rustig in een kamer kan blijven zitten" hangt ondertussen al een tijdje op mijn kamer.  Op 19 augustus vervang ik het citaat hopelijk door een andere onwaarschijnlijke uitspraak van hem.  Ik zou in het najaar graag nog eens buiten willen geraken.   &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;Herfst&lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
In het najaar wordt het dan iets rustiger.  Met wat geluk blijft de aandacht voor Daisne, die op 2 september de eeuwigheid in gaat, subtiel.  Ik neem me alvast voor zijn roman "De trap van steen en wolken" te lezen.  Iemand moet gezegd hebben dat dat boek voor de Vlaamse lezer in de Tweede Wereldoorlog deed wat Pallieter van Timmermans in de Eerste deed.  Het moet met hoop en blijheid te maken hebben.  Ik verwacht minder toeters en bellen dan bij Boon.  Een goede aanleiding om Duits te leren vormt de op papier grootste literaire te vieren meester in 2012.  Gerart Hauptmann werd op 15 november 1862 geboren en kreeg in zijn vijftigste levensjaar de Nobelprijs.  Een voltreffer dit jaar : dubbel feest.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;b&gt;Winter &lt;br /&gt;
&lt;/b&gt;&lt;br /&gt;
Ik sluit het jaar met stille trom af en kan me in Vlaanderen verdiepen met onze enige romantische schrijver.  Conscience zal op 3 december 200 jaar geleden geboren zijn.  Hopelijk ben ik niet de enige die deze auteur met winterse stille trom zal benaderen.  Het zou een wrange eindnoot zijn van 2012 indien hij al te zeer gepolitiseerd zou worden.  Dat zou sowieso fout aflopen, einde van de wereld of niet.  Nationalistische Hineininterpretierung. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat levert aardig wat goede voornemens op.  Indien ik vlugger door het stapeltje heen ben dan verwacht, kan ik er nog de turf van Hugo aan toevoegen.  "Les Misérables" verscheen in 1862.  Maar een jaar is vlug voorbij en Bomans, Carmiggelt en Camus staan al onder de vlag van '13 te wachten..  &lt;br /&gt;
Gezelschap van Dickens, Boon, Daisne, Hauptmann, ...  Een mens kan zich een slechter jaar voorstellen.  Lezen blijft een haven, ook als u niet de nummertjes heiligt.  Met dank aan Wikipedia.  Ik wens u een tijd van gisting.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-6996265043330415320?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/6996265043330415320'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/6996265043330415320'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2012/01/hip-hip.html' title='Hip hip'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-614769107797768580</id><published>2011-12-01T23:33:00.004+01:00</published><updated>2011-12-14T20:15:19.359+01:00</updated><title type='text'>Mulisch is dood ("De tijd zelf")</title><content type='html'>Mark Cloostermans schreef een paar jaar geleden dat het misschien de belangrijkste taak is van de recensent om het publiek te waarschuwen voor slechte boeken.  Ik deelde toen zijn mening.  Er wordt immers veel te veel rommel geschreven.  Een keizerlijk voorproever is een nuttige en bovendien nobele functie.  Maar kort daarop kreeg een indigestie van al die nobele kritische zin.  Het is namelijk niet zo moeilijk een boek met een paar welgemikte oneliners en enkele intelligente vragen neer te sabelen.  Zou het niet getuigen van goede smaak net goede boeken in het daglicht te zetten en de anderen gewoon de aandacht niet te geven, die ze ook niet verdienen ?   Maar wat over de goede te schrijven ?  Dat ze goed zijn, op honderd verschillende manieren ?   Kan je met een goed boek wel iets anders doen dan het koesteren en het schenken aan vrienden ?   Zou het niet mooi zijn als recensenten zich voortaan als vrienden kunnen gedragen : het boek geven, zonder daar verder veel woorden aan vuil te maken.  Zo zou ik graag eens volgende recensie willen schrijven : "Lees Paul Claes".  De kunst van het recenseren zou er dan uit moeten bestaan een boek zodanig subtiel aan te prijzen, dat de woorden vervluchtigen nadat ze zijn gelezen en enkel nog leiden tot het open slaan van het boek, zonder verdere herinnering aan de aanleiding voor het lezen. Sporen van blote voeten in warm strandzand.   Adem op een ruit.  Ochtendnevel.  De glorie is voor het boek, de recensent de garçon die het glas bubbels op het juiste moment aanbood.  

Waar, maar soms heeft Cloostermans toch ook gelijk.  Om hoofdpijn te vermijden.  Die kreeg ik van "De tijd zelf", het postuum uitgebrachte boek dat de onvoltooide roman (of novelle of .. ?) van Mulisch omvat.  "De tijd zelf" geeft me een antwoord op de vraag met hoe weinig achtergelaten bladzijden en biografische gegevens men een boek kan maken.  Bijzonder weinig, blijkbaar. Twintig kleintjes en wat zinnetjes uit een dagboek.  De rest is Mulisch-exegese (Heumakers) en gebakken lucht over de vijf versies van het manuscript in wording (Mathijsen).  De aangeplakte dagboekfragmenten had ik liever in boomvorm overeind zien staan.  Het geheel komt op mij over als Lourdeswater verpakt in kitcherige Mariabeeldjes.  De pelgrimstocht zal ongetwijfeld helend zijn, het schrijn zonder de tocht louter schijn, de bron onteerd wanneer gecommercialiseerd.   De Bezig Bij had mij de tijd zelf kunnen besparen.
Zoals Mulisch blijkbaar zelf, toen hij begreep dat het (literaire) einde in zicht was en hij naar zijn metertje oeuvre wees ten teken dat hij en dus ook de overblijvende lezer niet hoefde te treuren dat hij strandde in de tijd zelf.
Zo zou ik mijn voornemen van hierboven willen hernemen : Lees Mulisch.  Lees "Siegfried", "De procedure", "De ontdekking van de hemel", "De aanslag", "De elementen" of "Hoogste tijd".  Allemaal uitermate gesmaakt, toen.  Tast toe, keizer. Mij wachten nog voorspelde lekkernijen als "De pupil", "Archibald Strohalm", "Het zwarte licht" en "Het stenen bruidsbed".   Een opvolger van "De tijd zelf" zal ik als recensent met lange tanden op mijn bord scheppen, niet als vriend. 
Mulisch is dood.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-614769107797768580?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/614769107797768580'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/614769107797768580'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2011/12/mulisch-is-dood-de-tijd-zelf.html' title='Mulisch is dood (&quot;De tijd zelf&quot;)'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-8451285368961731085</id><published>2011-12-01T23:24:00.003+01:00</published><updated>2011-12-13T23:11:03.465+01:00</updated><title type='text'>Lezen, als een trein</title><content type='html'>De laatste maanden is er geen enkel boek dat ik zo snel heb uitgelezen als "De trein der traagheid" van Johan Daisne.  Tijdens een slapeloze nacht vorige week tussen kort na middernacht en half drie - ik kon de slaap niet vatten - was het mijn gezelschap aan de keukentafel.  Het was vreemd stil in en om het huis, de straatverlichting stond er doelloos bij en zorgde voor een nacht die toch niet donker was.  De wolken waren er, bijna duidelijk als overdag, maar ze vormden een vuile rozige massa.  Ideale setting, zo bleek, om Daisnes' verfilmde meesterwerk te belichten.  De bij momenten wat ouwelijke taal en een vreemd vertel-commentator-techniekje niet te na gesproken, heeft dit dunne boekje mij een heerlijke nachtelijke cinéma bezorgd.  Magic.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-8451285368961731085?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/8451285368961731085'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/8451285368961731085'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2011/12/het-leest-als-een-trein.html' title='Lezen, als een trein'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-4178576007500690254</id><published>2011-11-18T17:59:00.003+01:00</published><updated>2011-11-18T18:03:20.984+01:00</updated><title type='text'>cd-recensie</title><content type='html'>"Het is van het mooiste dat je al hebt opgezet", zegt ze.

Meer lof hoeft voor mij niet.
(het staat nu altijd op..)

"An mein Herz" (liederen van Schubert), gezonngen door Matthias Goerne&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-4178576007500690254?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/4178576007500690254'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/4178576007500690254'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2011/11/cd-recensie.html' title='cd-recensie'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-3809446064512023704</id><published>2011-11-13T12:01:00.009+01:00</published><updated>2011-11-29T00:25:57.984+01:00</updated><title type='text'>de Muze van Jooris</title><content type='html'>13 NOVEMBER 2011- DB VAN DB 
de Muze van Jooris 
4 minuten poëzie, op weg naar de kathedraal 
Terwijl Isj, het kleine meisje van vier, trapje op en trapje af loopt in het café op de Melkmarkt en zich achter steunpilaren halvelings verstopt om me tot spel te verleiden, probeer ik even een gedicht van Ronald Jooris te snoepen. Een vriend, wiens literair advies al vaker bij mij in de smaak viel, vond in Jooris zijn toegang tot de poëzie.  Het bekende gedicht 'Minimal' raakte een gevoelige snaar bij hem. De bloemlezing van het Poëziecentrum, had ik toevallig gered van de winterslaap op de dozenzolder en staat nu, stofvrij, zij aan zij met Nolens en Gezelle te rijpen in een uitgespaard rijtje in de geïmproviseerde verbouwingsliving. Omdat ik zin had in mijmering zonder klankeffecten, nam ik Jooris en niet Gezelle mee naar Antwerpen.  Tenslotte was de poëzie voor mij, het café met de trappen en de kathedraal voor Isj.   Geen kwaad woord over Gezelle trouwens : de voorbije lente heeft hij mij een gouden moment bezorgd : Isj, die zeker tien minuten aandachtig luisterde naar wat ik voorlas uit een mini-bloemlezing van Deleu.  Hij rijmt met verstoptrappen denk ik. 
Soms wordt Jooris' verstild minimalisme ook existentialistisch. Of essentialistisch. Dat is bij Jooris hetzelfde, denk ik. Hoewel hij door zijn bloemlezer (Stefaan Evenepoel) wordt afgezet tegen een gekunstelde lyriek, schemert er via zijn abstract realisme (zijn poëzie is eigenlijk een verbaal equivalent van beeldende kunst) toch een soort weemoed, een verlangen naar definitieve rust door, zo typerend voor de Romantiek, die nu bij het brede publiek, dreigt samen te vallen met Hollywood en het dartele van vlinders. De poëzie, die we in het openbare leven tegenkomen, is gelegenheidspoëzie, die van de geboorte-, huwelijks- en overlijdenskaartjes. Voor meer is er geen tijd. We zijn het stadium van veel tijd en verliefdheid voorbij, dus waarom zouden we poëzie lezen ? Althans, dat is wat ik, gevoelig voor de strijd tussen de eis van het realisme en het verlangen naar Arcadia, ervaar. Ik ken Jooris niet, maar ik zie bij hem toch ook het avondrood, dat transcendent wordt. 




Density 

Nevel. Zeg 
nu niets. 
Veel is verzwegen. 
Weinig is veel. 
Amper beweegt 
het woord amper 
in de wind 
die nergens is. 

Zeg nu niets. 
Veeg niets uit. 
In het eenzelvig vlak 
van de avond. Waartegen 
nauwelijks en nergens. 


Na zo'n gedicht hoef je nauwelijks nog iets te zeggen. Mijn schrijven hier wil enkel een opstapje naar Ronald Jooris’ bijna-zwijgen zij. Spijt zal je van hem niet krijgen, tijd misschien wel.  
Het minimalisme van Jooris is een conditio sine qua non voor mijn poëzie-opvatting. Poëzie kan dan niet anders dan een commentaar zijn op het witte, al dan niet beschreven blad. Wat verzwegen is, zegt meer dan wat beschreven staat. De inkt zorgt voor de schaduwen, het spel tussen zwart en wit; een bas-reliëf van onbegrijpelijke krabbels, dat misschien een werkelijkheid oproept die herkenbaar of gevoelig is voor de lezer, maar die uiteindelijk spijkerschrift blijft en terug verwijst naar wat niet beschreven kan worden met het arme instrumentarium dat de taal uiteindelijk is. Het Ware Woord wortelt in de Stilte. Het witte blad is de mystieke kracht van de Muze voor de schrijver/dichter. Inkt en woorden op een wit blad is fundamenteel niet verschillend van een reeks witte en zwarte toetsen in een lege kamer of een stel kleuren en penselen richting een wit doek. Of de vage geur van soep, die je in de tuin, onder de bomen, tegemoet komt. Het is wellicht die laatste vergelijking die voor Jooris te 'lyrisch' zou zijn. "Lyrisch doen om lyrisch te doen" heeft een bedenkelijke waarde. Het is de gezandstraalde hoeve. Indien de droom niets van het wakker worden wil weten, kan het gevaarlijke utopie worden. De Romantiek is niet voor niets in diskrediet geraakt door haar politieke, anti-democratische uitwas, die we het beste kennen via het Nazisme (dat uiteraard een pak meer - of liever minder - was dan de Romantiek). Maar lyriek van Van de Woestijne is grote kunst. Van Rilke.  Het mag zelfs al laat- of Neoromantiek zijn dan.  Het heeft geen zin om te discussiëren over wie de grootste is : Van de Woestijne of Van Ostaijen. We kunnen enkel vaststellen dat Van Ostajen vandaag populairder is, maar wie zegt wat het morgen zal zijn. Ons Vlaams Goddelijk Monster, monsieur T.M., pleit toch - sprakeloos - voor een barok bombardement van de taal. De meningen over de kwaliteit van zijn boek zijn zoals de meningen over zijn politiek engagement, maar de opvatting intrigeert. Er heerst in intellectueel, kunstminnend Vlaanderen precies een consensus over het "conditio sine qua non" van het minimalisme in de kunst. Omdat ik dat adagium blijkbaar onderschrijf, moet ik de uitspraak van Lanoye in het bijzonder respecteren. Wat je bestrijdt, vraag je naar de naam : je zou het zelf kunnen zijn.  Er mogen geen dogma’s zijn (!?).  Geen Romantische, maar ook geen Moderne. Taal is misschien arm in vergelijking met hetgeen niet in taal kan gevat worden, maar rijk genoeg om nu eens weelderig en dan weer sober te zijn. Voor mij kan het nog: als er historische stilte heerst in mijn werkkamer, kan ik bij Van de Woestijne zijn, bij Rilke, bij Goethe wellicht. Een stilte die nog dieper moet worden als ik iets van "des enfants terribles" als Baudelaire of Rimbaud wil begrijpen in het Frans (dat niet makkelijk is). Daar vervagen al de dogmatische tegenstellingen. Een stilte die speelser wordt met Van Ostaijen en lichtvoetig-weemoedig met de Gnossienne(s) van Satie; sacraal met Arvo Pärt. 
Pärt schreef met "Für Alina" de eerste noten van zijn tweede periode. Het is zijn minimalistische plaat (die in 1975, een jaar na Jooris' gedicht, uitkomt). Hij had in zijn eerste periode avantgardistische muziek gemaakt, anti-sovjet-establishmentmuziek, stel ik me daar bij voor, in de traditie van de grote Russische kunstenaars van de tweede helft van de 19e tot de eerste helft van de 20e eeuw. Van Gogol tot Stravinsky, zoiets. Later ging hij door een crisis in zijn kunstenaar-zijn, luisterde hij o.a. behoorlijk wat Vlaamse polyfonie en kwam hij er uit zoals hij nu geworden is.  Maar dan in de (minimalistische) kiem van “Für Alina”.  Sacraal, maar niet 'klassiek'. Te hedendaags om klassiek te zijn, te klassiek om hedendaags te zijn. Iedere kunstenaar kent zo zijn eigen ritme, zijn eigen curve, die een ander geluid, een andere stem en taal, met zich meebrengt. "In de muziek, daar zijn ook veel racisten" zong de Raymond al. Zo ook in de literatuur. Alle genres kunnen, alle stijlen kunnen. Er is niets laagwaardigers aan Tolkien dan aan Kafka. Dat wil niet zeggen dat alles kwaliteit heeft, maar wel dat elk genre, elke stijl kwaliteit kan herbergen en voortbrengen.   K3 vs. K-Winokio : zoiets.  
Goede muziek is geen conceptje, maar richt zich op de Muze. Jooris op het witte blad als driedimensionale ruimte. Het beste dat je op een zondag als deze volgens mij kan doen is wandelen in de mist, luisteren naar Pärt of Satie, bladeren in een boek met reproducties van Paul Klee en er, als de soep gaat geuren, dit gedicht van Jooris bij lezen, in het eenzelvig vlak van de avond, waartegen nauwelijks en nergens. 

Klee 

Als een heimelijke kleur 
wonen bij Paul Klee, en niets 
meer zeggen. Een lijn zo zacht 
door zijn lichaam voelen 
en machinale diertjes 
vol veertjes doen springen 
tot een mijnramp van ontroering 
ontstaat. 


(referenties voor bib) 
Paul Klee, verschillende kunstboeken 
Ronald Jooris (bloemlezing Poëziecentrum met inleiding door Stefan Evenepoel) 
Arvo Pärt, "Für Alina" 
Erik Satie, Gnossiene&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-3809446064512023704?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/3809446064512023704'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/3809446064512023704'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2011/11/terwijl-isje-het-kleine-meisje-van-vier.html' title='de Muze van Jooris'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-2322198572315987487</id><published>2011-11-10T12:11:00.004+01:00</published><updated>2011-12-16T23:41:23.689+01:00</updated><title type='text'>boekenslang</title><content type='html'>De voorbije twee, drie jaar heb ik een paar honderd boeken verzameld : uit het ouderlijk huis weggedragen, in (tweedehands) boekhandels gekocht voor een prikje, oude pareltjes uit de bib met het stigma 'afgevoerd' meestal frontaal op het voorplat. In en uit verhuisdozen gehaald als een van de weinige echt waardevolle bezittingen, tientallen keren gerankschikt, honderden keren verlseept. Een tijdlang boekenwinkels wekelijks bezocht, de bib vaak nog twee keer per week. Isje ging geregeld mee.  Ze had - en heeft tot nu toe - een feilloos gevoel voor de zorg waarmee ik mijn boeken behandel.  Met háár boeken mag ze spelen.  Toen ze bijna twee werd, deed ze het voor de eerste keer : een boekenweggetje maken.  Eerst heette het slang denk ik.  Later kwam ik in de bib het fenomeen 'leesrups' tegen.  Ik lees bij een kennis-blogger (vanboekenenmensen) het lees-pad dat ze beschrijft. 
Ik herken er mijn eigen associatieve weg in.  Het ene boek leidt naar het andere en zo kronkel ik door letterland.  Zo strak mijn boeken op rijen staan, zo onsystematisch neem ik ze ter hand.  In mijn dagdagelijks leven kom ik steeds meer boeken tegen (en vice versa).  Het zijn fluisterende getuigen.  Die in (verbouwings)dozen zitten, houden hun winterslaap.  Die op een rijtje staan, flank aan flank, vertegenwoordigen het geduld om onthuld te worden.  De tijd is aan hun kant.  's Nachts, als ik slaap, fluisteren ze elkaar kleine, bijna onverstaanbare woorden toe.  Als in een nachtmerrie, vrees ik dat ze me op de nek zullen vallen, met tientallen tegelijk, zoals Asterix en Obelix alleen maar bang zijn dat de hemel op hun hoofd valt. In mijn dromen spreken ze af wie van hen spontaan op mijn nachtkastje, stoel, bureau gaat liggen, wie mee de stad in mag.   Niet te veel, niet te weinig; aan het tempo dat ik hen, gezien de omstandigheden waarin ik me bevind, kan eerbiedigen.
Zo viel me gisteren, tijdens het lezen over roodkapje (zie "er was eens"), het boek "Het jaar 1000.  De wortels van onze beschaving" in de hand, een mooi geïllustreerde atlas, die mijn ouders me ooit cadeau deden en die tot gisteren een fraai, onaangeroerd stuk voor mijn erfgenaam leek te zullen worden.  "De algemene gedachte dat de Middeleeuwers het jaar 1000 als het einde van de geschiedenis zagen, beschreven in de Apocalyps, waarna de grauwe, doodarme boeren toch weer met de hoop in het hart en de zon op hun velden aan de slag gingen, omringd door zacht murmelende beekjes en troubadours, is een hardnekkige, maar 18e-19e eeuwse visie op het jaar 1000."   Een openingszin waar ik een paar uur, een paar gesprekspartners zoet mee ben.  De gedachte wordt in de gang van de geschiedenis, romantiek en filosofie over de geschiedenis gezet.  Hij doet me nieuwsgierig zijn naar meer over de Middeleeuwen. 
Verder lezen gaat niet.  Het werk roept.
De boekenslang krult zich verder.  Vertellen rijmt op vervellen...hoe lang nog boekenslang ? Van Grimm en Perrault naar "Het jaar 1000..".  Zondag ga ik op tweedaagse naar de Abdij van Westmalle.  Ter bezinning.  Benieuwd welke geledingen ik van de duizendboekenpoot in mijn weitas zal meedragen : het literaire wild geofferd op het altaar van mijn eeuwige verhalenhebzucht, met het doodgezwegen excuus dat ik de boeken niet heb, maar dat zij zijn. Als zware, stille bondgenoten, wachtend op hun tijd.  En, insjallah, ik met hen.


Wim&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-2322198572315987487?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/2322198572315987487'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/2322198572315987487'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2011/11/de-boekenslang.html' title='boekenslang'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-1612995284216969307</id><published>2011-11-09T23:28:00.010+01:00</published><updated>2011-11-29T15:42:19.301+01:00</updated><title type='text'>"Er was eens..."</title><content type='html'>&lt;em&gt;&lt;strong&gt;op de werktafel &lt;/strong&gt;&lt;/em&gt;

Ik snuffel graag in boeken.  De herfst leent zich daar bij uitstek toe.  Verhalen sprokkel je als hout. Zo heb je er 's avonds een handvol, voor rond het vuur.  Om bij weg te dromen, even te mijmeren, misschien te mompelen.   
Vanavond heb ik de eer gehad om me met het overbekende 'Roodkapje' bezig te houden. Morgen mag ik het bij mijn kleine meid in de kleuterklas gaan 'sproken'. 
Onze huis-sprookjesbijbel is het dikke boek van Thé Tjong Khing, "De sprookjesverteller", een prachtig getekende, mooi uitgegeven verzameling met wel dertig gekende (en enkele voor mij onbekende) sprookjes.  Genoeg voor een kindertijd van 3 tot -
 Wat Khing met "Het grote taartenboek" gedaan heeft is nóg beter, rasechte hedendaagse story-telling, maar dan zonder woorden.  Het is als "Short cuts" (Altman naar Carver) - parallelle verhalen die elkaar kruisen, waardoor je aandacht zich verlegt.    Te veel details om alles in één keer in je op te nemen.  Het wordt een universum.   Tjong Khing, die de prijs van Max Velthuys kreeg voor zijn oeuvre, ging verder op zijn solo-elan en bracht dus die bloemlezing van sprookjes uit.  Het is wonderbaarlijk hoeveel drama, verhaal en moraal Khing in zijn tekeningen kan leggen.   Ik ben ervan overtuigd dat hij met een paar tekeningen meer zo ongeveer het hele sprookje woordeloos had kunnen tonen, in al zijn vertakkingskracht, de verbeelding zelfs overeind houdend.  Het enige jammere, vind ik, is dat hij te weinig traditioneel bloemleest of vertaalt, de sprookjes van een flauw-moreel kader voorziet, dat bovendien een beetje te Hollands bekt door zijn woordkeuze.  Rosinski hoort als Van Hamme bij Thorgal, zelfs Mance Post is meer dan een illustrator voor het verhaal van Tellegen (eerder een miniatuurmaker zoals de monnik de eerste letter krul geeft.  Zoals in mijn beleving VandenHeede de pracht van Khing degradeert met haar te weinig originele verhaallijn tussen Vos en Haas (het rollenpatroon stoort me mateloos, het onderwerp eten wordt op den deur een flets herkauwen, weinig soeps in vergelijking met de mythisch-absurde eeuwige wederkeer der taarten bij Tellegen), zo degradeert Khing zichzelf door ook het schrijfwerk voor zijn rekening te nemen. 
Op dat vlak is hij blijkbaar (nog) geen Velthuys. 'Kikker' blijft de betere, het Nijntje zonder het vintage-gehalte dat Nijntje krijgt (en voor een iets ouder publiek).  Archetypisch, tijdloos.  Zo had Khing ook de sprookjes in literaire zin moeten behandelen.  Bij sprookjes is de geschreven tekst slechts een variant, een van de vele versies, een in concreto geïmproviseerde vertelling die ergens ooit een oervorm moet hebben gehad.  Zoals Plato in Ideeën geloofde, zo geloof ik in de oorsprong van sprookjes.   
 
Sprookjes.  Vijf jaar geleden zou ik nooit gedacht hebben er nog ooit een te lezen.  Nu vormen ze voor mij een vorm van Middeleeuwse mythologie van ongeletterd west-europa.  Hun origine is mistig en hun aard verwijst naar een tijd toen de cultuur van de mensen nog niet die van het geschreven woord was.   Wat nu de zoveelste aflevering van thuis is, was toen wellicht die van Klein Duimpje.  Iedereen kende die verhalen, maar in welke versie ?   Zoals men de mop of de stadslegende geregeld genoeg moet vertellen om de pointe fris te houden, zoals men vergeet waar ze vandaan komt en hoe ze ontstaan is, net omdat men ze zo vaak heeft gehoord, zo is het ook met het sprookje.  In een ver vervlogen tijd en verafgelegen tijd, ontstond het sprookje.  Het op schrift stellen ervan dient enkel ter herinnering.
   Voor sommige 'sprookjes', zoals Vrouw Holle, is het ontstaansgebied grondig in kaart gebracht.  Een behoorlijk grote vlek met een variant of veertig op het verhaal.  Het krijgt het karakter van een cultuurelement en is dan per definitie een containerbegrip : ieder leest er zijn eigen verhaal in.  Het wordt deel van de taalinhoud.  Het is geen regel, maar een onderdeel van de eindeloze moraal. Achter 'bot vangen' gaat een sprookje schuil.  Achter 'de kleren maken de man (niet)' ook.    
Is de boodschap multi-interpretabel, dan is de plot slechts geraamte, de 'kern' van het verhaal; een soort ruggegraat, een kapstok voor de verteller, die meer van jas wisselt en registers opentrekt naarmate zijn vertelkunst, het uur van de dag en de aandacht van de omzittende luisteraars mogelijk maken.   
Kinderen zijn dankbare luisteraars, maar je mag ze niets wijsmaken, dat niet tot het verhaal behoort.  Het open-vraag-karakter van herkomst en bedoeling van het sprookje correspondeert met de magische kracht die heksen, reuzen, kabouters en prinsessen hebben bij kinderen.  Daarom is de inleiding en moraliserende les aan het einde van elk sprookje bij ThéTjong Khing ergerlijk. Hij had de grens tussen bloemlezer en verteller strakker moeten trekken.  De bloemlezer geeft slechts een erfgoed opnieuw door, (her)schikt, presenteert, doet cadeau.  Bij een bloemlezing Middeleeuwse lyriek, ga je toch ook niet hier en daar wat toevoegen om het beter te laten klinken ?   De moraal is geen vertelseltje, maar een contextueel gebonden inzicht of vraagteken, dat ontstaat in het gesprek over het verhaal.  Het initiatief ligt daarbij bij het kind.  Op dat moment wordt de verteller de luisteraar, die meeneemt, wat kinderen erover te vertellen hebben. 
Het enige dat je moet kennen om het verhaal aan kinderen te kunnen vertellen is die kern én je moet het durven vertellen, zoals het gaat op dat moment.  Van begin tot eind.  Het boek wegleggen als het verhaal dat vraagt.  De inleving zijn werk laten doen.  Poppenkaststemmetjes voor de allerkleinsten, samen - als een improvisatiewedstrijdverhaal - als de kinderen wat ouder zijn en eventueel een geheimzinnigheid bevorderend praatje over het waar gebeurde karakter van het verhaal zoals je dat kan met het Grote Verhaal van de Sint. 

Voor de middenjaren van de lagere school is er het vuistdikke boek van Grimm zelf (nu opnieuw beschikbaar in de boekhandels) en voor de oudere herontdekkers (die het vermoedelijk willen doorgeven bij het bed van hun kinderen) is een verwijzing naar de symboliek of de historische achtergrond van deze verhalen een absolute meerwaarde.  Ze blijken rijker dan je ooit gedacht had.  Sprookjes zijn de verhalen, die binnenskamers verteld wordt en waar daarna naar kan verwezen worden als referentiepunten, om de grote wereld te duiden en in te luiden.  Het is de tak binnen het rivierlandschap van verhalen, die uitermate geschikt is als gezinsverhaal voor jonge kinderen die van het zogenaamde pre-morele naar het morele stadium gaan.  Griezelig gezellig.  Een warm nest en sprookjes gaan hand in hand. 
Indien je nu dit scherm zou dichtklikken en &lt;em&gt;&lt;strong&gt;Roodkapje&lt;/strong&gt;&lt;/em&gt; zou beginnen vertellen, zou je ervan verbaasd zijn, hoe diep dat het zit.  Een reis naar je eigen kindertijd. Ik deed de proef op de som en vroeg mijn moeder, vrouw, zuster en puberende nicht om Roodkapje aan mij te vertellen.  Ik kreeg vier prachtige verhalen.  Ieder vertelt mij het sprookje met eigen accenten, via een andere invalshoek.  Een familie-epos : zestig jaar Roodkapje.
 Het nalezen in de boeken en op het net is een genot.  Het geschrevene bevat natuurlijk veel meer informatie en details, dan hetgeen je je nog herinnert van toen je het laatst, als kind, hoorde.  Wat is 'de ouverture' van Sneeuwwitje ? Wie was Vrouw Holle toch weeral.  Hoe zat het met die markies en de gelaarsde kat ?  Waar kroop dat kleinste geitje ook al weer en hoe kwam de wolf toch weer binnen ?  En waar kwamen die zevenmijlslaarzen van KD vandaan ? 
 Wist u nog dat de jager naar het huis van grootmoeder wandelt omdat hij zo hard hoort snurken ?  Zo blijkt dat het huisje van Roodkapjes' grootmoeder bij De Drie Eiken staat, een mysterieuze plaats, diep in het bos, een detail dat het verhaal een glans van echtheid geeft in de ogen van een vijfjarige, die net over de eikebladeren heeft geleerd en er elke dag op stapt, deze weken.  Voer voor Jungianen die meer horen dan drie-eiken-diep-in-het-bos. 
Dus, zet het timbre van je stem op de golflengte van Roodkapje, de Wolf en Grootmoeder, haal je mimiek en je gevoel voor timing van stal en blijf op het goede pad, recht naar de Drie Eiken.   
Mijn Isje, kleine bengel, wist daarstraks op de fiets naar haar grootmoeder al vast te vertellen wat er allemaal wel in dat mandje lag.  Ze trapte precies harder dan anders en stoof naar voren, de kleurige snoepjes die ze bij haar Ma'tje altijd toegestopt krijgt, al in zicht. "Er zitten peren in, zei ze, en keek me met gespeeld opgetrokken wenkbrauwen aan.  Peren leken, tot mijn grote verbazing, onontbeerlijk naast de koekjes te moeten zitten.  Toen we na een paar kilometer veldweggetjes, moe maar voldaan bij het huisje van grootmoeder aankwamen, bleek ze verdwenen.  Niet haar gewoonte.  Maar ze had wel een grote kom peren 'opgemaakt'.  Zacht en glanzend lagen ze stil, verzonken in het dikke vocht op de bodem van de kom.  Een vijver, wachtend op ons.  Heerlijk.  Achter de hoek van de woonkamer, verscheen ... mijn schoonvader, die het middagdutje blijkbaar net achter de rug had, daar hij zich verkleedde om buiten te gaan werken.  Hij mompelde iets, wreef zich over de buik en knoopte zijn overall verder dicht.   Mijn dochter vloog al naar de tv 'om mannetjes te kijken', maar ik bleef staan en vroeg hem met jagersargwaan waar grootmoe dan wel naartoe was gegaan.  Hij keek me traag, maar ongevaarlijk aan en likte het laatste likje perensap van de kin.  Hij wist van geen Roodkapje af, zei hij.  Nooit van gehoord.  Klein Duimpje, die had hij nog gekend zei hij tegen mijn meisje en aaide over haar bolletje.  De knipoog was voor mij.

Wim

In de bibben ..

-(verzamelde) &lt;strong&gt;Sprookjes van Grimm &lt;/strong&gt;(8-10 jarigen kunnen ze zelf lezen)
- Perrault (de schrijver van "La belle et la bête") heeft een versie van Roodkapje (waar het niet goed in afloopt), maar die vond ik niet in de bib.
"&lt;strong&gt;De sprookjesverteller" van Thé Tjong Khing &lt;/strong&gt;(met een ruime collectie met zo ongeveer alle sprookjes die u zich nog herinnert).  - Er is ook op basis van het boek een luistercd met zes van de bekendste sprookjes (Sneeuwwitje, Hans en Grietje, De wolf en de zeven geitjes, ...).  Er zijn ook andere luistercd's met sprookjes.  De eenvoudigste als die van De wolf en de zeven geitjes zijn al voor 3-jarigen toegankelijk. 
De meeste sprookjes die wij kennen komen van de optekeningen van de gebroeders Grimm en van Andersen (kleren van de keizer, de kleine zeemeermin, ..). 
&lt;strong&gt;"Sprookjes van Vrouw Holle", Karl Paetow&lt;/strong&gt;, uitgegeven bij Christofoor, bib Oud-Turnhout, Jeugd (deels onterecht : een goede inleiding voor de volwassene). 
over de gebroeders Grimm of Andersen vindt u heel wat terug bij Wikipedia en over de tijdsgeest van de Romantiek waarin de sprookjes en volksverhalen verzameld en opgetekend wordt kan &lt;strong&gt;"Romantiek, een Duitse affaire" van Rudiger Safranski &lt;/strong&gt;dienen.  Voor de literaire kritiek vanuit de klassieken op de neo-romantische invulling van de literatuur, zie de essaybundel &lt;strong&gt;"Echo's echo's"&lt;/strong&gt; (en bij uitbreiding zijn laatste 'roman' over de herkomst van de (middeleeuwse) lyriek &lt;strong&gt;"De leeuwerik") van Paul Claes&lt;/strong&gt;.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-1612995284216969307?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/1612995284216969307'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/1612995284216969307'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2011/11/db-van-db-9-november.html' title='&quot;Er was eens...&quot;'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-4358658592915662547</id><published>2009-12-10T16:24:00.004+01:00</published><updated>2010-01-07T23:02:39.606+01:00</updated><title type='text'>Kalme chaos (Sandro Veronesi)</title><content type='html'>Ik had me voorgenomen niet één zin te lezen over ‘Kalme chaos’ van Sandro Veronesi.  Giordano’s ‘Eenzaamheid van de priemgetallen’ had achteraf gezien de lovende kritiek tegen zich gekregen in mijn recensie door mijn te hoge verwachtingen.   Toen ik 'Kalme chaos' bijna uit had, ontdekte ik dat het verfilmd was en viel mijn oog op het volgende zinnetje op de Klara-website :  “Het was van het begin de bedoeling dat het verhaal verfilmd zou worden”. Of het waar is of niet en wat ze bedoelden met 'van het begin' weet ik niet, maar ik voelde me bekocht.  De literatuur zou een habitat moeten zijn, waar men koestert, in plaats van een uitverkoop te houden. 

Toen de literaire kennissen, die me Giordano hadden aangeraden, Veronesi’s chaos een pak minder goed bleken te vinden, begreep ik plots waar mijn tegenovergestelde bevinding vandaan kon komen.  Deze bestseller van Veronesi boeide me.  Wellicht door de bij momenten doorgedreven gedachtegang van het hoofdpersonage.   Het is de reden waarom ik 'De Vriendschap' van Connie Palmen halfweg jaren negentig verslonden heb.  Ook de situatie en sfeer waarin het hoofdpersonage zich bevindt, konden me bekoren.  Een man strandt op een plek, men schrijft hem gevoelens toe, de man en de plek raken verbonden en de kalme chaos waarin hij zich bevindt, dikt in en wordt als een persoonlijke nevel, die hem ongevraagd een perspectiefwisseling geeft, waardoor en waarrond zijn 'samenleving' zich opnieuw positioneert.  De combinatie van beschouwing  en stabilitas loci van het hoofdpersonage deed me denken aan “De Toverberg“ van Thomas Mann, dat eigenlijk ook is opgebouwd uit een locatie, een sfeer en de gedachten van het hoofdpersonage.  In geen enkel opzicht bereikt Veronesi echter de hoogte van Mann.   Kalme chaos groeit niet door tot een bildungsroman.  
Daarvoor geraakt het hoofdpersonage te weinig uitgekleed, te weinig betoverd, ontkoppelt zijn gedachtewereld zich net niet genoeg van de - vaak spectaculaire - aanleiding.  Het einde van het boek is een flauwe bocht (richting conventie) en ook de spankracht met sommige personages van de tweede orde verwatert op het moment Veronesi die naar een hoogtepunt had moeten voeren. Voeg daaraan toe de vreemde wissels tussen tegenwoordige en verleden tijd en vooral uitgeschreven telefoongesprekken en een paar e-mails, die eerder storen dan verrijken (een postmodern jeugdideetje of een truc omdat films zonder dialogen nu eenmaal lastig verkocht worden ?.  Het is misschien een detail, maar één dat toont dat Veronesi neigt naar het te veel, te snel.  Hij wil te veel kersen op zijn taart én slagroom, terwijl kunst vooral deeg is: door lang te kneden maakt men van weinig veel.  Een kers is als een puntje op de i.  Het valt op bij afwezigheid, maar het blijft een detail, dat je dus subtiel moet aanbrengen. Het rijzen van de taart heb je niet in de hand, je moet vooral erbij blijven, wachten en de aandacht houden.  Vooral niet meet kersen beginnen strooien en slagroom spuiten.
Hij heeft mijn aandacht met 'kalme chaos' echt lang en stevig vastgehouden en dat is sowieso een verdienste van hem, een geschenk voor mij, maar uiteindelijk valt hij dan toch wat mager uit.  Ik begrijp niet dat ook hij hiervoor een Stregia-prijs kreeg (in 2006, Giordano in 2008). Het stimuleert niet direct om Primo Levi of Italo Calvino, vorige - beroemd geworden - winnaars te gaan lezen..

 Nietzsche schreef : “Men moet nog chaos in zich herbergen om een dansende ster te kunnen baren”.   Het lijkt erop alsof Veronesi in die chaos vooral beeldspraak zag, misschien zelfs maar een titel, want de sfeer die hij creëert, verdampt : de kalmte, zelfs de orde, overwint de chaos. Het is het failliet van veel verhalen deze tijd, ten prooi aan het verplichte happy end van Hollywood en Disney.   De lezer komt eruit zoals het hoofdpersonage.   De metamorfose voltrekt zich niet.  Er doet zich geen loutering voor waarmee men in een herschikte, onttoverde wereld verder loopt; men wordt gewoon zachtjes wakker gemaakt met de boodschap ‘tijd om op te staan'.  De vorige avond blijkt klein bier te zijn, met een fletse nadronk, geen kater van sterk, bitter vocht; een gezelschapspelletje, geen strijd, waardoor men herijkt de nieuwe dag, het herontdekte land binnen loopt.  In het echte leven kan men bezwaarlijk iemand kwalijk nemen, dat hij niet voor strijd kiest, maar in de literatuur volstaat de kunst om tevreden te stemmen niet.  Dan kan men inderdaad beter naar de zogenaamde feel-goodmovie gaan kijken.  Van literatuur verwacht ik minstens kalme chaos.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-4358658592915662547?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/4358658592915662547/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=4358658592915662547' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/4358658592915662547'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/4358658592915662547'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/12/kalme-chaos-sandro-veronesi.html' title='Kalme chaos (Sandro Veronesi)'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-8929951900143829225</id><published>2009-08-16T16:16:00.010+02:00</published><updated>2009-12-03T23:19:45.452+01:00</updated><title type='text'>Het grote uitstel - Marc Reugebrink</title><content type='html'>Meestal beslis ik impulsief welk boek ik ga lezen. Nadat ik het vorige boek uit heb, komt een moment van stilte. Niet lang, maar wel van fundamenteel belang. Als een smalle sloot, vroeg in een winterochtend. Ze ligt recht en onbewogen tussen het akker gerooide maïs en de weide. Rimpelloos en toch het enige dat leeft in dat koude, vlakke land.
Uit dat kort moment komen een paar boeken dagen. Een handje vol, met verschillend profiel, zeker van de rug gezien. Soms blinken ze van canon (en eer ik ze uit plichtsgevoel, hondse gehoorzaamheid aan autoriteiten van weleer), soms voel ik me er intuïtief toe aangetrokken, soms omdat mijn hunker om gespiegeld te worden oplaait na een recensie en soms omdat iemand, wiens oordeel ik waardeer, het me aanbeveelt. Het is onvoorspelbaar welke van die vier, vijf boeken ik dan uiteindelijk echt ter hand zal nemen. Weersvoorspelling is een veilige sport in vergelijking daarmee.

'Het grote uitstel' van Marc Reugebrink werd het de voorbije weken. Omdat het mij zou spiegelen, dacht ik. Het boek werd mij immers summier aangekondigd als een boek dat zou gaan over volwassen worden en ik fantaseerde erbij dat het zou gaan om het inzicht na het uitstel. Als notoir uitsteller, die eindelijk het gevoel begint te hebben licht mentaal volwassen te worden, verlekkerde ik me al op Reugebrinks' parel in de Nederlandstalige literatuur (dixit De Morgen).
Nu ik het uit heb, besef ik weer hoeveel leuker je het kan hebben als je van de belofte droomt dan van de eigenlijke invulling. Als ik misschien nog langer had gewacht bij Reugebrink, was mijn kennismaking met hem nog leuker geweest. Het grote uitstel, jaja, de titel is alvast goed gekozen.
Het boek is helemaal geen coming-of-age-roman, hoe goed die uitdrukking dan ook klinkt uit de mond van een recensent die dik wil doen over iets dat flinterdun is. De vraag bij mij rees of Reugebrink volwassen genoeg is om als te lezen schrijver aan te stippen. Volwassen worden, is dat niet een deur bijna achteloos - tussen andere taken door - dicht doen. Niet omdat het tocht, maar omdat je er ruimte mee wint als ze dicht is. Die tocht van het bestaan, daar zijn we min of meer mee verzoend, maar we hebben daarnaast ook liefst genoeg ademruimte, dus geachte existentie, wat zal het zijn : binnen of buiten ? Je bent welkom, maar doe wel de deur dicht. En heel deze kentering van kieren in het bestaan vindt plaats op achteloze wijze. Het zicht op het hele gebeuren komt in feite pas na het dichten van deuren.  Voelen dat de tocht van jáááren open-dicht-open-dicht wegtrekt. De Coninck schreef het al :'het volstaat 'hier' te zeggen tegen het onmetelijke' en 'zen, dat is een fiets die je laat staan. Zo kom je sneller waar je bent'. Eindelijk gestopt met dat grote uitstel. Een kwestie van ingesteldheid.

Benieuwd wat Reugebrink daarvan zou zeggen. Hij houdt zich daar in het Grote Uitstel nauwelijks mee bezig. Hij legt niet de vinger op dat jeugdig zoeken naar het definitief geluk en het volwassen leven. Het is eerder een boek over een jeugdige die op een gegeven moment lichtjes ontspoort en in dat afwijkend spoor blijft belanden en daarin een vreemd soort vervulling vindt. Dat recensenten zo'n roman 'coming-of-age' noemen zegt vooral veel over de neiging van die recensenten om zich aan de age-zijde te scharen, aan die kant van de lijn waar het geen kwestie meer is van 'coming-of', van groei naar, want je bent er. 'Het grote uitstel' gaat niet over het uitstel om dat land te bereiken. Het gaat eerder om een soort uitstel van antwoord van de werkelijkheid, zodat het hoofdpersonage, Daniel Rega, gedoemd is verder te leven met zijn onbeantwoorde vraag. Het gaat hier niet om een bewust geformuleerde vraag als 'wat is de zin van het leven ?', maar om een soort ?-teken waarnaar de botten en het vlees van de hoofdfiguur gevormd lijken te zijn. Rega's beslissende momenten in zijn leven zijn telkens het gevolg van een instinct, een machtige drijfveer, waarmee het (nood)lot toeslaat. Het is een eindpunt van een periode, maar één die een Da Capo blijkt, want het 2e en 3e deel van Reugebrinks' bekroonde roman (Gouden Uil 2007) vatten aan, waar ook het 1e deel begon. Er is wel geleefd, er is gerijpt, maar de verdeeldheid tussen de eenling en de anderen, de mens en de werkelijkheid dringt zich keer op keer terug op, ondanks die ervaring. Reugebrinks' beschrijving van die keerpunten, aan het einde van de delen van zijn boek, die stroomversnellingen vlak voor de waterval, zijn indringend. Het is meeslepend als de finale van een wielerwedstrijd. Maar Reugebrink bouwt zijn spanning zodanig op naar het punt waar het water valt, dat hij mij ontgoochelt : de val blijkt een valletje. Natuurlijk kan je niet direct op blz. 35 het water al laten vallen, moet je die spanning wat opbouwen, opdat het zijn werk zou doen, maar toch voel ik me bekocht als ik in deel 2 zie hoe lang het nog duurt voor ik aan deel 3 ben en dan ook wel al de nattigheid voel en weet dat deel 2 zoals deel 1 zal eindigen. Het slot van het boek, de mega-waterval, is erg mooi, maar adembenemend is ze niet, zeker niet omdat je zo lang moet roeien voor je er bent. Reugebrink toont - in tegenstelling tot de wetten van de wielerwedstrijd op TV - ook al de eerste 100 km, de saaiheid heeft te veel kans om in te dikken.
Dat is op zich geen probleem. Pelgrims gaan op weg naar Compostella, maar ervaren niet noodzakelijk de extase aan het eind van de tocht, leren onderweg dat het om het onderweg-gaan gaat.
Het is een oud zeer bij mij dat ik nogal plot-gericht lees en graag wil weten hoe het afloopt. Ik vraag me af of het eigenlijk ook niet Reugebrinks' oud zeer is. Moet een boek dat zo naar de climax toewerkt, niet meer investeren in het onderweg, in stijlvol ondernemen ? Ik vind van wel.
De manier waarop het hoofdpersonage gedreven wordt door iets dat niet in woorden te vatten is en naar een doel dat niet in woorden te vatten is, is erg mooi, maar de stijl, de sfeer, de poëzie onderweg is niet groot genoeg om de tocht aangenaam te maken. De bewust gecreëerde hakkelstijl van de verteller, vond ik overbodig, geposeerd zelfs. Alsof volzinnen niet dezelfde onzekerheid kunnen uitdrukken. Alsof de bekende leestekens zonodig moeten vervangen worden door eindeloze reeksjes van ... en ( ) en tientallen keren het verontschuldigende 'ik druk me niet goed uit'. Het is een groot uitstel dat ik liever in de prullemand van Reugebrink had zien belanden. Het is het werk dat de schrijver doet en dat ik er liever niet bij heb. Het is de coming-of-age van een roman, van een schrijver naar zijn waterval toe, waarin ik niet geïnteresseerd ben, als ik niet in hem persoonlijk geïnteresseerd ben (daartoe zou ik dan de biografie en niet het oeuvre lezen). 
Begrijp me niet verkeerd : een boek mag traag zijn : Thomas Manns' "Toverberg" bijvoorbeeld, is net daardoor geniaal. Een boek mag zelfs voortdurend 'uitstellen' en daarbij het geduld van de lezer bespelen, zoals Gabriel Garcia Marquez dat als geen ander kan. Misschien is het zelfs een element van veel grote literatuur, zeker vandaag de dag : dat het je vertraagt, dat je er de tijd voor dient te nemen en dat het dan pas tot zijn recht komt. En een roman heeft daarin een voordeel : hij duurt. Dat neemt niet weg dat het verhaal zich niet zomaar ook qua zeggingskracht en stijl-vereisten van de poëzie mag distantiëren en de gulden regel 'less is more' zomaar aan zijn laars mag lappen.

Dat doet Reugebrink wel. Jammer. Het is daarom dat hij voor mij tekort schiet, waarom ik niet vlug verwacht dat hij weer in mijn twijfellijstje voor een volgende keer zal opduiken. Een lijstje waarin vele parels liggen te schitteren.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-8929951900143829225?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/8929951900143829225/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=8929951900143829225' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/8929951900143829225'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/8929951900143829225'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/08/het-grote-uitstel-marc-reugebrink.html' title='Het grote uitstel - Marc Reugebrink'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-1325617887883515572</id><published>2009-08-09T14:58:00.003+02:00</published><updated>2009-12-03T23:08:20.238+01:00</updated><title type='text'>Beuk</title><content type='html'>Nu lig ik hier

doodgewoon
hout te wezen

wachtend
op de verkleumde zielen
die zullen staren in het vuur
van de herinneringen

en op de wormen van spijt
die vreten aan de molm van
wat had kunnen zijn

Maar gisteren
stond ik
koel en waardig,
onversneden

als een toonbeeld
van wat wij niet meer willen weten :

wat de wind ons fluistert over ‘t verleden
en dat geduld ons wortels geeft voor ‘t leven

De wandelaar zucht,
mijn schaduw is geslecht
en mijn geheim drinkt niet meer van d’aarde

alleen verbeelding telt mijn ringen
bij haar sta ik nog jaren recht&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-1325617887883515572?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/1325617887883515572'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/1325617887883515572'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/08/beuk_09.html' title='Beuk'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-5517967460440950128</id><published>2009-06-27T09:02:00.010+02:00</published><updated>2009-11-23T11:02:42.062+01:00</updated><title type='text'>Hindernis</title><content type='html'>Traag en plots
kom jij te voorschijn
als nevel uit een veld :
een schemering van zelf.

Ik trek, in aller ijl,
nog muren op, voeg zorgsel toe
- het tocht in deze wereld -
en zet 'klim-op m'n rug' er op

als jij al lang mijn doolhof slecht
en vluchten speelt, en echt.

Ik achtervolg
als een principe
en boots in ademnood
wat sprookjesstemmen na
die overslaan in die van Vader.

Jij lacht je deug-e-niet al vrij
spreidt dan je vleugels nog naar mij.
Jouw deinzen is voor later.

Wijl jij met snelle passen leeft,
leer ik
- geen licht -
maar hindernis te zijn
voor jou, op weg,

en later
een rotsig rustpunt
in de duisternis
voor als je weerkeert naar de nevelen
en het veld van zijn&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-5517967460440950128?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/5517967460440950128'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/5517967460440950128'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/06/hindernis.html' title='Hindernis'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-5492739128888327519</id><published>2009-06-22T11:40:00.011+02:00</published><updated>2009-12-03T23:20:15.713+01:00</updated><title type='text'>Hotel New Flandres, bloemlezing van Vlaamse poëzie na 1945 (Dirk Van Bastelaere, Erwin Jans, Patrick Peeters)</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;De co-tangens van Vlaanderens' Gast(hof)heren&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;
&lt;strong&gt;&lt;em&gt;&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;
Ik wilde graag reageren op de hetse rond "Hotel New Flandres", omdat ik nu pas, in het interview met Dirk Van Bastelaere in de laatste Poëziekrant, las dat er zoveel scherpe (overtrokken) reacties waren gekomen op de publicatie, waardoor een gesprek over de 'essentie' van de bloemlezing verloren ging.
Dat is zeker betreurenswaardig. In de inleiding nemen de auteurs een sterk standpunt in, (zelf)kritisch voor bloemlezers, eerbiedig ten aanzien van de poëzie, trouw en moedig geschreven in deze bloemige tijden. Net omwille van het ander karakter van deze bloemlezing dan van de meeste bloemlezingen die verschijnen, vind ik het opzet van de samenstellers van Hotel New Flandres ernstig en verrijkend. De uitgave is dik en er staan veel zelden of nooit gebloemleesde dichters in, waardoor ze consequent is met het zelf gehanteerde selectiecriterium voor dichters en gedichten. Het probeert te breken met de traditie van het bloemlezen.
De polemiek op de blog verhindert dan ook een boeiender gesprek, waartoe de auteurs toch wilden uitnodigen met het openen van de blog. Daarover ben ik het grondig eens met hetgeen &lt;em&gt;RHCdG&lt;/em&gt; schrijft (op die blog) en is het jammer dat de auteurs zelf de polemiek centraal zetten.

Hier volgt een poging om het toch nog over de bloemlezing op zich te hebben of liever over het concept. Ik ga me niet begeven op het ping-pong-terrein van 'hoeveel sterretjes ?' en dan de dichters naar gewicht vergelijken. Eerlijk gezegd vind ik dat de samenstellers, gezien de toewijding aan hun werk, ze een quotering à la De Standaard (boekhandel) beter hadden vermeden. Mijn reactie is eerder geschreven vanuit een filosofie en persoonlijk gegrond (en wellicht zelfs niet vrij van familiale invloeden), dan literairtheoretisch gestaafd en met een opvallend kleinere belezenheid dan de auteurs, maar integer en niet zonder de inleiding van het werk grondig gelezen te hebben...

De vraag die ik me na die inleiding (toch) stelde was : "Is het zo dat vernieuwende gedichten meer plaats verdienen dan gedichten die in de lijn van de traditie liggen ?" Ligt de ‘waarde’ van een gedicht in haar historische bijdrage, in haar 'breken met' ? Als je hier nee op zegt, beland je als bloemlezer wellicht al vlug in 'een canon van de canon', gekleurd door je persoonlijke voorkeur, die tegelijk een verwaterd slap aftreksel blijkt te zijn van wat reeds vroeger werd samengesteld. In die zin is de meer principiële weg van Hotel New Flandres lovenswaardig. Ze kiezen het steile pad. Toch voelt hun criterium als eenzijdig aan, als een (te) eng spoor naar een grotere "objectiviteit". (Ze ontkennen de representativiteit als objectieve mogelijkheid, maar door expliciet een methode te hanteren en zich te buigen op de diversiteit van het resultaat, krijgt het geheel toch een 'aura' van een poging tot iets dat objectiever moet zijn dan de voorkeur van de samenstellers).
Ze erkennen welliswaar het feit dat alles (teminste alle bloemlezing) constructie is, maar door dit (of haar tegendeel, de deconstructie) tegelijk tot de kern van hun methode te maken (nl. hoe meer een dichter vernieuwend werkt, dus het poëticaal systeem reconstrueert, hoe meer * hij krijgt, hoe meer gedichten in de bloemlezing werden opgenomen), miskennen ze een andere, minder technisch-system(at)ische benadering tot 'bloemlezingswaardigheid'. Een gedicht is immers in vele gevallen niet op voorhand bewust ingebed of afgezet tegen de traditie. Of zelfs als het dat is, ligt daar niet noodzakelijk haar waarde of kracht, omdat in haar poging iets 'wezenlijks' te verwoorden de mate van vernieuwing geen zelfcorrigende reflex van de dichter in kwestie dient te zijn. Niet iedereen moet er tientallen boeken bijnemen als hij schrijft, zoals Van Bastelaere blijkbaar doet. Studie is geen noodzakelijke voorwaarde voor poëzie, laat staan een voldoende. Met de nadruk op (dé)constructie, misken je andere wegen (en misschien zelfs de essentie) naar creatie, mijns inziens.

Dat inzicht is, denk ik, nu net een belangrijk inzicht van de traditie, een inzicht dat ons misschien steeds weer ontglipt en zeker in het (post)hedendaagse klimaat van (post)modernistische appreciatie van de breuk, van het einde der grote verhalen. Een in-zicht, dat we ons (Platoons) kunnen her-inneren, wat niet hetzelfde is als een (re)constructie, kan dat patroon dat de traditie reeds ontblootte, terug zichtbaar maken. Dat is wellicht ook net wat postmodernisme wil tegen gaan of ontkennen. Paradoxaal genoeg is de weg van de deconstructie vandaag de dag bij uitstek een manier om bij de traditie als 'de' weg te geraken. Ze weigert alleen zichzelf te verlaten, waardoor ze zichzelf als dé manier ziet, zonder weg. Ze is een beetje als de methodische twijfel van Descartes, maar dan zonder op een idée claire et distincte te stoten, zodat alleen de methodische twijfel, in casu de constructie als zekerheid overblijft. De traditie daarentegen laat zich - in de metafoor van de weg of de constructie - eerder begrijpen als het idéé 'weg'. Elke wegenconstructeur in elk tijdperk bouwt anders aan een weg, maar het 'idee' weg, nl. een begaanbare baan te maken van A naar B, is nauwelijks gewijzigd. De traditie ziet dat niet als een huls, maar als de inhoud zelf. Vorm is inhoud, om het in kunsttermen te zeggen. Ook al kan zij niet benoemd worden, en dient zij telkens weer geparafraseerd te worden, toch bestaat ze. De twijfel als methode, de constructie als inzicht leidt niet tot het herleiden van elke objectiviteit tot subjectiviteit, maar stelt het juist scherp dat de objectiviteit juist in de subjectiviteit zit, de eeuwige glans in het historisch geconstrueerd zijn, de vorm die zich in de stof manifesteert. Dat is natuurlijk logisch onjuist, in zijn essentie paradoxaal en daarom onmogelijk om in een criterium om te zetten, waarmee je gedichten kan selecteren. Maar je kan er wel trouw aan blijven en in die trouw is de traditie een voorganger en dus leermeester, die je 'naar je hand' dient te zetten, maar zonder de hand van de meester af te hakken.

Ik vraag me dan ook bijvoorbeeld af wat de auteurs vinden van hetgeen Paul Claes zegt over de ‘canon’ en de traditie, o.a. in de Poëziekrant bij het uitkomen van zijn bloemlezingen. Claes is zeker een meester in het doorzien van de constructie, maar hoeft niet te breken om nieuw te kunnen beginnen. Wat doe je dan met een dichter die teruggrijpt naar de traditie die verloren dreigt te gaan ? Is dat geen soort ultra-conservatief, die daardoor eigenlijk terug vernieuwend wordt ? Les extrèmes se touchent...

Of op het gevaar af te gaan behoren tot die gehate kussensloop-liefhebbers, probeer ik het eenvoudiger te stellen. Kan je met een rationeel-wetenschappelijk-system(at)isch ontmantelen van dichters en gedichten wel de kern van de poëzie heel laten ? Ontstaat er door jullie streepjes en sterretjes geen letter-vlek, die door haar zwarte inkt het wit bedekt, dat nodig is om het onzegbare een plaats te geven, van waaruit het zegbare kan gezegd worden ?
(En dat hoeft niet per se mystiek te zijn, dat is de mythe van de poëzie, dat is erg dicht bij de decontructivistische waarheid rond taal, zou ik denken).

Zou het werk niet op minder kritiek gebotst zijn, als de auteurs hun eigen historiciteit wat verder hadden toegelicht in plaats van zich te beperken tot een droog 'achterflaptekstje' ? Zo is het bijvoorbeeld toch wel verhelderend (zeker voor een breed publiek) te weten dat de waarde van Van Bastelaere (cfr. Brems) wellicht in de eerste plaats in de bundel 'Pornschlegel' ligt, in het postmodernisme dus, in de breuk die hij daarmee bewerkstelligd heeft in de Vlaamse poëzie na 1945. De keuze voor de breuk met de traditie als graadmeter voor het opnemen van een dichter/gedicht in de bloemlezing, ligt immers zo fel in de lijn met de visie en het werk van Van Bastelaere als dichter, dat het een meerwaarde zou geweest zijn als hij dat er met zoveel woorden had ingezet. Net door dat te expliciteren, was de kans groter geweest dat Hotel New Flandres zijn historiciteit en de voorkeur van zijn auteurs ontstijgt, wat ze uiteindelijk toch wensen.

Misschien zijn deze vragen te retorisch, daar ze vroeg of laat tot de vraag moeten leiden of bloemlezen überhaupt wel wenselijk is, hetgeen jullie wel moeten tegenspreken, omdat jullie het gedaan hebben. Enkel de onmogelijkheid van de representativiteit en de waarheid 'alles is constructie' restte jullie nog, als en soort van bescheiden verontschuldiging voor het uitgeven van het werk. Waarom deden jullie dat, als het toch onmogelijk is ? Als een minder-slechte aanvulling op de slechte bloemlezingen die al bestonden ? Moeten we de lezer niet sparen van bloem-lezen en eerder het oeuvre en/of het nieuwe werk van levende dichters laten zien, eventueel aangevuld met onbekenden, die dreigen zo bestoft te raken, dat ze onleesbaar worden ?
Auteurs die resoluut voor de waarde van het vernieuwen, het experimenteren, heruitvinden, reconstrueren kiezen op een doordachte manier, maar zich tevens feitelijk verzoenen met het uitgeven van een ‘bloemlezing’, valt dat wel te rijmen ? Is het bloemlezen niet in wezen conserverend en dus 'traditionaliserend' ? (een mens kan door de inleiding natuurlijk wel aangespoord of geïnspireerd worden vernieuwender te dichten, maar het op schrift samen brengen van de gedichten heeft tot gevolg dat mensen het boek ter hand zullen nemen vanuit het idee dé Vlaamse poëzie na 1945 in handen te hebben. Het benadrukken van de principiële onmogelijkheid daarvan, zal nooit zo krachtig genoeg zijn om de feitelijkheid (en dus de actueel geworden 'mogelijkheid') van de bloemlezing te ontkennen. Vandaar werkt bloemlezen 'traditionaliserend', of je nu wil of niet. Het wordt gewoon een Ark van Noah; met de dubbelbekkever, maar zonder de olifant. Een poëzie waarbij de schaduwen niet het gevolg zijn van schemerlamp-werpende dichters-recensenten als De Coninck, maar als alles-onder de neon-bloemlezende-dichters à la Van Bastelaere. Is er een wezenlijk verschil, of één van smaak, waarover niet de redetwisten valt ?

Misschien is het niet wijs deze vragen te stellen aan auteurs, die vooral respect verdienen, voor het monnikenwerk dat zij verricht hebben in combinatie met de moed om eerlijk te zijn door voor een bepaalde bloemlees-methode te kiezen. Een methode en een werk dat ver de inleiding overstijgt en sowieso (aan mij alvast) dichters onthult, eerder dan omhult. Daarin zit zeker een grote waarde én een nog niet-bestaande aanvulling op het reeds gebloemleesde en zeker meer uitnodigt tot degustatie en ontdekking van de 'ziel' van de poëzie dan de zoveelste 'De mooiste van - ' . "Hotel New Flandres" is een geschenk. In haar kamers staan niet de klassieke bloemstukken, maar dat houdt ons des te frisser. Ook de apocriefe geschriften liggen op het nachtkastje. Boeiend. De dialoog over de keuze van de samenstellers en de waarde van de uitgave, zijn maar 'gesproken' woorden, maar wat nu rood en letterlijk op me ligt te wachten, staat en blijft zo geschreven. Dat is wat er toe doet, dat is mijn geschenk. In wezen werkelijk want verwelkelijk. Niemand die me verhindert de bloemen zo te (her)schikken zoals de regels van de kunst volgens de Japanse Meesters voorschrijven, of zoals ik leerde van mijn ouderwetse Vlaamse grootvader, of gewoon zoals ik er hier en nu zin in heb, inconsequent en onverantwoord.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-5492739128888327519?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/5492739128888327519/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=5492739128888327519' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/5492739128888327519'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/5492739128888327519'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/06/hotel-new-flandres.html' title='Hotel New Flandres, bloemlezing van Vlaamse poëzie na 1945 (Dirk Van Bastelaere, Erwin Jans, Patrick Peeters)'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-2054232206363697262</id><published>2009-06-17T11:25:00.012+02:00</published><updated>2010-07-02T11:30:26.602+02:00</updated><title type='text'>Naar Merelbeke (Stefan Hertmans)</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Berkevliesjes in de Beringstraat&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;

Met "Naar Merelbeke" heeft Stefan Hertmans me uitgenodigd naar waar ik al een tijdje onderweg was. Ik wist alleen niet dat het Merelbeke was, het mythische land waar de verloren kindertijd naar gewonnen brood smaakt. Je besluit gewoon net iets langer weg te dromen bij een droge boterham. Net nu kan dat, nu je volwassen bent, droge boterhammen in de vuilbak kiepert en alles kan uitleggen. Dat doet Hertmans niet. Hij legt in dit boek vooral 'in', zoals moeder het proper goed in de kast of vader het hout in de mijt.
Door zijn kindertijd voorzichtig in doeken te wikkelen, maakt hij er meer van. Meer tijd, meer poëzie, meer de grote lijnen en het begrip daarvan. Meer dan Merelbeke ooit voor een kind kon zijn.
Dat meer geeft een typische nostalgische toets aan deze roman, waarmee Hertmans naar eigen zeggen, een pastiche heeft willen schetsen van de zogenaamde 'herkomstroman', populair bij Vlaamse schrijvers midden jaren '90. Het is inderdaad zo dat Hertmans het cliché niet schuwt. Hij schildert het polderlandschap, zonder de fabrieksschoorstenen, gomt 'het buiten-de-lijntjes' bewust weg en wekt een Vaderfiguur tot leven, die zo uit het Vlaams-mythische pantheon lijkt geplukt.
Toch denk ik dat de pastiche slechts de aankondiging is, het Venetiaanse masker, dat nauwelijks de identiteit verhult. Hertmans hanteert in zijn roman het penseel immers zo licht, dat hij het cliché eerder afstoft dan benadrukt. Zoals het impressionisme een overtreffende trap is van realisme en geen tegenbeweging. Hertmans schrijft zo duidelijk met kleine grote letters, dat 'Naar Merelbeke' op mij overkomt als een authentieke keuze voor de nostalgie, geen amputatie ervan, maar wel zonder het zware accent van dichters, honderd jaar geleden. Het bulkt van de eenvoud.
De sfeer van de roman zit in de spankracht tussen de beschouwende, poëtische toon van de verteller in het nu ("Een beeld is een halte die onze geest maakt, tussen twee onzekerheden, las ik later ergens op een muur") en de geurige, weidse sfeer waarin de hoofdfiguur zich dag-na-dag baadt ("Stenen, had ik nonkel Doresto ooit horen zeggen, komen omhoog. Ze wrikken en duwen en komen allemaal op een dag aan de oppervlakte. Maar hier was het omgekeerde gebeurd : het leek alsof de stenen in de aarde waren gezonken en dit huis wilde terugkeren naar een natuurlijker staat"). De korte hoofdstukken lezen als een verzameling schilderijtjes in een twee-kamer-museum in een dorp, waar je met opzet langzaam in verwijlt. Hertmans' toon is bijna als die van de stilte, de achtergrondstem in het koptelefoontje, die zacht op kleur en jaargetijde van het werk voor je wijst. Hij lijst het geheel in met een licht kader, nl. het eerste en het laatste hoofdstuk ("Hoe God mijn rechterbeen amputeerde" en "Ecce Homo"), dat welliswaar toont dat het maar om een schilderij, een museumbezoek gaat en dat als metabeschouwing de herkomstroman thematiseert (en ironiseert), maar het valt vooral op doordat het geen zware commentaar wordt van een kunstkenner, waardoor je bij het buitenkomen uit het museum in de volle zon bijna zou gaan denken dat ook de zon een constructie is.
Soms wordt het verhaal lichtjes verstoord door een verwarrende tijdsaanduiding, terwijl de chronologie door de schrijver zelf naar voren wordt geschoven als een element dat er toe doet.  De sfeer verdraagt meestal niet de dialect-klinkende zinnetjes die Hertmans zijn personages te sporadisch en inconsequent in de mond legt.  Alleen op die schaarse momenten doet hij zijn eigen creatie te kort. "Naar Merelbeke" is een sfeer, geschetst met een scherp geslepen punt en het goed hanteren van de verrekijker. Je zou er binnen voor blijven zitten, omdat het zoveel buiten oproept. Hij heeft geen (aan)klacht of melancholie nodig waarin de boeken van Paul De Wispelaere zo baden en al helemaal geen sensatie zoals zoveel hedendaagse schrijvers.  Hij laat wel zien wat we dreigen te vergeten : de geur van paardekastanje. "Naar Merelbeke" is een bewuste, maar fluisterende ode aan de fantasie. Hertmans neemt de nostalgie mee als het beleg tussen zijn boterhammen op dagtocht. Als hij zijn brooddoos 's middags open doet, voert de geur hem naar een keukentafel, lang geleden, waar zijn moeder smeren kon. Met zijn fantasie als waterpas, hertekent hij het perspectief, versholen in zijn kindertijd. Dat hem dat overkomt, valt medisch te verklaren, maar kunst is creatie, geen encyclopedie. Fantasie is geen pre-gnostisch vermogen, maar het geërfde kleinood, dat er kitcherig uitziet, maar door persoonlijke koestering het tere zaad van berkenvliesjes kan doen ontkiemen, waarmee je tot in de Beringstraat geraakt. Een bevlogen moment, een kinderlijke mogendheid temidden (uit de kluiten) gewassen koren. Kunst kan niet om de Berlijnse muur heen, maar in de Beringstraat geraken willen we allemaal wel. Hertmans herinnert zich en zwijgt, want hij ziet : het was geen valse lente; het is een trage wals.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-2054232206363697262?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/2054232206363697262/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=2054232206363697262' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/2054232206363697262'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/2054232206363697262'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/06/naar-merelbeke-stefan-hertmans.html' title='Naar Merelbeke (Stefan Hertmans)'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-286288058018026205</id><published>2009-06-10T16:26:00.010+02:00</published><updated>2009-12-03T23:20:51.688+01:00</updated><title type='text'>De eenzaamheid van de priemgetallen (Paolo Giordano)</title><content type='html'>&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Zwembandjes nodig ?&lt;/strong&gt;&lt;/em&gt;

Het lijkt wel alsof Paolo Giordano door het schrijven van zijn boek "De eenzaamheid van de priemgetallen" zelf als literair priemgetal is ontdekt. Hij wordt een bijna eenzame hoogte ingeschreven in alle recensies die ik gelezen heb en indien er nog een overtreffende(re) trap van de beschikbare superlatieven in onze taal bestond, dan had men die zonder aarzelen opgestapt.

Onterecht, vind ik. Ik zou het boek niet aanraden indien u belezen bent. Iemand die deze zomervakantie aan een of ander zwembad een boek naast zijn drankje wil hebben liggen, kan het gerust meenemen. Het is nog makkelijk in de boekenwinkel te krijgen, het leest vlot en je legt het niet graag weg, want Giordano schrijft met zin voor spanning en tragiek én biedt dat ietsje meer waardoor hij onder het genre 'literatuur' valt. Het mannelijk hoofdpersonage is scherp getekend en door de afwezigheid van het voor de hand liggend happy end, gaat je aandacht meer naar de sfeer, die nieuwsgierig maakt; naar wat Giordano zijn alter ego's over de eenzaamheid laat zeggen. Dat is niet al te veel. Met de titel geeft Giordano direct zijn mooiste parel weg. Er zijn weinig gedachten die van een even grote scherpzinnigheid getuigen en de poëzie in zijn woorden krijgt zelden dezelfde zachte glans, waar je stil van wordt.
Daardoor werd het boek de spreekwoordelijke holle doos voor me : ronkende recensies en een prachtige titel, maar halfweg zat ik enkel nog te lezen omdat ik me afvroeg hoe het zou eindigen. De metaforen begonnen mij na verloop van tijd zelfs te ergeren omdat ze copies werden van elkaar en bovendien op voorspelbare plaatsen opdoken. Dat kan voor mij genoeg zijn om ook de rest van het boek met argus-ogen te bekijken. In plaats van dynamisch, vond ik de opbouw van het verhaal doorzichtig: cliff-hangers aan het einde van korte hoofdstukken, perspectiefwisseling bij elk hoofdstuk en jaartallen als titels om het een parfum van epiek mee te geven. De helden van het verhaal werden me plots te stoer in hun eenzaamheid, hun introvertie net iets te extreem en de trauma's die ze te verwerken kregen bewust ver gezocht om de aandacht te trekken. Alsof de eenzaamheid je enkel toebehoort als je een hardvochtige vader hebt gehad of je tweelingzusje per ongeluk hebt doen verdwijnen én op voorwaarde dat je nooit meer de sleutel van die gevangenis terugvindt. Daardoor verzandt Giordano in de anekdotiek en is de titel een licht-esthetische diefstal van het thema 'eenzaamheid' in tijden van eenzaamheid. Dat alles bij elkaar geeft me het gevoel dat Giordano wel een leuk klinkende popsong heeft geschreven, aardig om eens wat luider te zetten als 's zomers de raampjes van de wagen open kunnen, maar waarvan je de plaat niet zal kopen omdat je ondertussen wel weet dat de betere, tijdloze muziek zich een paar rekken verderop bevindt.
Als je toch graag een boek met vaart wil lezen én je wil naast je zwembad dat literaire bandje, lees dan 'Speeldrift' of 'Vrije val' van Juli Zeh.  Evenzeer eigentijds, bijna even jonge auteur, maar spitser geschreven, spannender door de inzet (want op het einde vermindert het voltage jammer genoeg), poëtischer en getuigend van een dieper inzicht, inclusief in de eenzaamheid. Zoniet, kijk wat naar de wolken, neem een goede thriller mee of drink een beter drankje met het geld dat je niet aan Giordano uitgaf. Ontspanning verzekerd en niet noodzakelijk minder kwalitatief.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-286288058018026205?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/286288058018026205/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=286288058018026205' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/286288058018026205'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/286288058018026205'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/06/de-eenzaamheid-van-priemgetallen-paolo.html' title='De eenzaamheid van de priemgetallen (Paolo Giordano)'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-8921480377168660779.post-4255237834299127377</id><published>2009-06-10T15:29:00.004+02:00</published><updated>2012-01-13T10:25:49.765+01:00</updated><title type='text'>beginselverklaring van de blog</title><content type='html'>L.S.,  Een ezelsoor 'kan plots in de nek draaien' (dixit Van Dale). Voer voor zoölogen. Metafoor voor wat literatuur bij momenten met me kan doen. Een moment waarop ik aan de wetten van dagdagelijksheid ontsnappen kan en ik daarna de verantwoordelijke bladzijde eerbiedig omvouw. Op deze blog wil ik graag beschrijven waarom sommige boeken nu, getooid met ezelsoren in een hoek van de boekenkast staan.  Omdat ik een nukkige mens ben, die zich geen oor wil aangenaaid voelen door vervlakkende schrijfsels, op de top gezet door opgezwollen (media-)aandacht, zal ik ook geregeld aan het touw trekken en een boek, zijn schrijver of recensent een stamp in de maag bezorgen. Een verstillend vergezicht ontsluit zich slechts doorheen de stijl.  Het ezelspad is steil en grillig.  Culturele bagage weegt per definitie niet licht, literatuur is geen nordic walking, maar stok en plunje nemen om zo stapvoets naar kam en kim te gaan, ondanks de zwaartekracht. Enkel zo geven heuvels vleugels.  Af en toe schrijf ik zelf iets, ondanks Rilkes' 'Brief aan een jonge dichter'. Daarbij vrees ik wel degelijk de afgrond, maar ik schuw hem niet.  In het gebergte van de canon, kan ik enkel proberen een beeld te snijden uit die balk in eigen oog. Eenzaamheid en leven, literaire eigenzinnigheid en een verlangen naar eeuwigheid rijmen immers te veel. IA !&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/8921480377168660779-4255237834299127377?l=pietdenar.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://pietdenar.blogspot.com/feeds/4255237834299127377/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=8921480377168660779&amp;postID=4255237834299127377' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/4255237834299127377'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/8921480377168660779/posts/default/4255237834299127377'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://pietdenar.blogspot.com/2009/06/l.html' title='beginselverklaring van de blog'/><author><name>Wim De Belder</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08838026212505482236</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='22' height='32' src='http://4.bp.blogspot.com/-nMc8y8UMI6c/Txhse0Iap3I/AAAAAAAAAB8/o_2twusIwyM/s220/Turnhout%2B2009.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry></feed>
